Boekgegevens
Titel: Oefeningen bij het Leerboekje der Nederlandsche spraakkunst voor lagere scholen
Deel: Eerste stukje
Auteur: Dijk, J.A. van
Uitgave: Haarlem: H.J. Otto, 1897
5e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 567 : 5e dr. (dl I)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205618
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Oefeningen bij het Leerboekje der Nederlandsche spraakkunst voor lagere scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
VOORBERICHT.
Voor de vijfde maal bied ik mijaen ambtgenooten dit werkje
aan in de hoop, dat het met dezelfde welwilleadheid als het Leer-
boekje ontvangen moge worden.
Omtrent de inrichting valt, na het gezegde in het voorbericht
van het Leerboekje, weinig nieuws mede te deelen. Alleen wensch
ik op te merken, dat ik de leerlingen niet aan deze O efe ni n ge n
laat beginnen, voordat zij het eerste stukje van het Leerboekje
hebben doorgewerkt.
De vaste gang, die bij de oefeningen, daarin voorkomende, in
acht genomen moest worden, zou hier niet alleen onnoodig, maar
zelfs schadelijk wezen. De bedoeling is immers den leerling in
de noodzakelijkheid te brengen om alle regels, die hij geleerd
heeft, vaardig toe te passen.
Hier en daar vindt men eene oefening, die niet rechtstreeks met
het Leerboekje in verband staat. Zoo moet, om een voorbeeld te
geven, de leerling eene enkele maal bepalen, welke van twee ver-
wante medeklinkers hij als sluitletter schrijven zal. Ik reken bij
deze en dergelijke vragen op „de overige taaloefeningen, waartoe
voornamelijk het lezen en schrijven in de school zooveel aanlei-
ding geven".
liet zal immers geene herinnering behoeven, dat het onderwijs
in de spraakkunst maar een klein gedeelte is van het taalonderwijs,
dat in de lagere school gegeven wordt of behoort te worden ge-
geven.
De taal te kunnen verstaan — ik geef het gaarne toe —heeft
grooter waarde dan haar zonder fouten te kunnen schrijven. Maar