Boekgegevens
Titel: Oefeningen bij het Leerboekje der Nederlandsche spraakkunst voor lagere scholen
Deel: Eerste stukje
Auteur: Dijk, J.A. van
Uitgave: Haarlem: H.J. Otto, 1897
5e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 567 : 5e dr. (dl I)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205618
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Oefeningen bij het Leerboekje der Nederlandsche spraakkunst voor lagere scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
40
hlindde) hem en (mcuxkte, maakttc) hem opgeblaze(7t) en
eigenwijs.
-180. Amsterdam, den 18
Beste Vriend!
Heden is het juist een jaar gele(e)den. dat ik mijn laat-
sten brief aan u {afzond, afzout). Gij {kunt, kent) mij dus
niet van te groote haastigheid beschuldi(5f)gen, als ik weer
eens .-«n teeken van leven geef(i). Voordat gij verder lees(<),
raad(i) ik u, u op een groote verra(s)sing voor te {bereiden,
berijden).
Enz.
181. Onze voorvaderen {drinken, dronken) geen thee, maar
soms wijn van het vat, en doorgaans bier, dat zij zeiven
{gebrouwd, gebrouwen) hadden. Zij {wist, wisten), wat zij
{drinken, dronken)-, wij weten niet, wat wij {drinken, dron-
ken), {nog, noch) bij >ijn, {noch, nog) bij bier en allerminst
bij thee. Veelal zijn die zaken zoo vcrvalsch(d, t), dat zij
voor de gezondheid gevaarlijk zijn. Hoe de vervalsching van
de thee in China geschied(<), word(<) ons door enkele reizi-
gei-s {verhaakt, verhaalt).