Boekgegevens
Titel: Oefeningen bij het Leerboekje der Nederlandsche spraakkunst voor lagere scholen
Deel: Eerste stukje
Auteur: Dijk, J.A. van
Uitgave: Haarlem: H.J. Otto, 1897
5e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 567 : 5e dr. (dl I)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205618
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Oefeningen bij het Leerboekje der Nederlandsche spraakkunst voor lagere scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
34
155. De sche(e')peii. die hier telkens voorbij(m/'e». voe-
ren), zijn meerendeels geladen met steen(/coó?en, kolen). Gisteren
hiel(rf, dt, t) er een voor onze ■wo(o)ning stil. Het werd met
twee touwen aan de bo(o)men vas(Ogebonde(n). Daarna kwa-
men eenige zwarte ma(?i)nen, die moeste(n) helpe(n) losse(n).
Een gedeelte der lading {brachten, brachten) zij bij buurman,
die ze voor zijne sme(e)derij gebruikt; de rest vier{d, dt, t)
in onze schuur {gelegd, geleid), niet voor onze smidse, maar
voor onze kachels.
156. Toen ik den volgenden morgen de oogen open(rfee.
deedt, deed), was alles donker om mij heen, en ik {dacht,
dach), dat ik vóór den gewonen tijd wak(A')er {was, ben) ge-
worden. Ik hoorde(n) grootvader {rondtastten, rondtanten) en
{vreef. wreef) mijn oogen uit; maar daar {werdt, werd) het
niet {ligter, lichter) door.
»Grootvader," {zei, zee, zij) ik, »hoe staat ge zoo vroeg op?"
»Kind," {antwoorde, antwoordde) hij, -»{xvilde, lüilden) we
{wachten, wachtten) tot het __dag (wordt, werd), dan zou-
den we lang te bed moete(7i) {blijven, bleiven). De sneeuw
is zo(o) hoog tegen het venster o'pge{jcuigd, jaagt), dat
er geene lichtstralen in onze kamer kun()i)en doordrin-
ge(n)."
De kluizenaars zijn eenigszins tegen de koude {beschud,
beschut), maar wind en snee\ivf{jacht, jagt) {duurt, duren)
nog altijd voort.
157. Een schrandere jongen {stont, stond) met een van
zijne kameraden, die ook niet dom was, op een herfstdag
in eenen tuin en {beed, beet) in eene groene peer. »Bah!
hoe hard en smakeloos is dat ding!" riep hij en gooide(n)
't weg. De andere zamelde(n) al die groene pe(e)ren op en
{leide, leidde) ze op eene goede plaats. Na Nieuwjaar, als