Boekgegevens
Titel: Oefeningen bij het Leerboekje der Nederlandsche spraakkunst voor lagere scholen
Deel: Eerste stukje
Auteur: Dijk, J.A. van
Uitgave: Haarlem: H.J. Otto, 1897
5e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 567 : 5e dr. (dl I)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205618
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Oefeningen bij het Leerboekje der Nederlandsche spraakkunst voor lagere scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
33
zoo t), en toch ook weder zoo mil(J, t) en zacht, dat
het in ons een gevoel van innerlijk welbehagen opwek(7),
en ons tegen onzen gri(m)migsten vijand (besclnid, bescliiult,
beschut) ?
Lieve vriendjes, (raad, raadt) dit eens. als gij (kimt,
kent).
152. In den bIoei(y)enden kamperfoeliestruik voor het
venster bromde(?i) en gonsde(n) de wa(A)kere kevers en
nachtvlinders (vrolijk, vroolijk) (rond, vont). Niet ver van
daar (lag, lei) Spits, de trouwe hond. (Verheugd, verheugt)
zijn meester (te wederzien, weder te zien), (kwispeld, kwis-
pelt) het goede dier met den s1aar(c/, t) en (sprinkt, springt)
luid (blaffend, blaffent) (tegen, teegen) hem op, alsof het
(wis. u'ist), wat gevaar hem (gedreigd, gedreigt) (had, luidt).
153. Toen de dokter eens een gierigaard (bezocht, be-
zoch), (vroeg, vraagde) deze hem op zijn gewe(e)ten af,
of er nog re(rf)ding mogelijk (is, was), en of het nog lang
du(H)ren (kon, kan). Zoo .dringen(d, t) gevraa.g{dt, d, t),
kwam de dokter met de waarheid voor den dag, en (zij,
zei) hem, dat er naar menschelijke berekening voor hem
geen (kruit, kruid) meer (gewasschen, gewassen) was, en dat
hij waarschijnlijk morgen om de(e)zen tijd wel gestorven
zoude(u) zijn.
154. De beide mannen waren zeer gehecht aan de voor-
treffelijke moeder en lieten zich door haar overhalen om
elkander het ongelijk te verge(e)ven. Na een kort opont-
houd (scheiden, scheidden) zij weder. Met smart zag zij hen
vertre(/c)ken; het was, of zij een voorgevoel had van de
rampen, die haar (wachtte, wachtten), maar ïi}(troQste, troostte)
zich met de hoop, dat zij hen nog eenmaal gelukkig weder
zoude(M) mogen zien.
Oef. L