Boekgegevens
Titel: Oefeningen bij het Leerboekje der Nederlandsche spraakkunst voor lagere scholen
Deel: Eerste stukje
Auteur: Dijk, J.A. van
Uitgave: Haarlem: H.J. Otto, 1897
5e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 567 : 5e dr. (dl I)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205618
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Oefeningen bij het Leerboekje der Nederlandsche spraakkunst voor lagere scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
31
148. Kom(^) hier, gij lieve, kleine meid.
En zie(<) eens diertjes nijverheid:
En, als Mama u taakjes zet.
En gij niet op uw arbeid let.
Of dat ge u al te haastig {reht, rept)
En 'tgeen gij naai(c/(, d, t) verbroddel(c?f, d, t) {Leht,
hept)
En moet dan weer van nieuw af aan
Begi(n)nen wat gij had(<) gedaan,
Toon(<) dan geen onwil of verdriet;
Want [brave, brafe) kindren doen dit niet.
En zoo gij (ooit, ooid) iets le(e)re(n) wil(c?, dt, t).
Zoo (ach, acht) die moeite niet verspil(c?, dt, t),
Maar [sla, slaat) het spinnekopje ga.
En [denk, denkt) op haar gedul(d, t) eens na.
Begin(<) de taak, u opge(Hjd, leid).
Met de eigen lust en [lijd, /eid)-zaamheid:
Want alles {vald, valt) wel eens zoo (ligt, licht).
Hetgeen men met geduld verrich(df, t).
vrouwe bilderdijk.
149. het verstandige kind.
Eens viel(«) Jan, door wil(f, d) te lo(o)pe(n).
Op een grooten steenklomp neer.
O, hoe [bloede, bloedde) Jantjes hoofd(<)je.
En wat dee[dt, t, d) zijn knietje zeer.
[Gaauw, gauw) kwam Willem aangelo(o)pe(n).
En hij hielp hem spoedig op.
»Daar, daar," riep hij, »is een stokje,
{Geeft, geef) dien stouten steen een klop."