Boekgegevens
Titel: Oefeningen bij het Leerboekje der Nederlandsche spraakkunst voor lagere scholen
Deel: Eerste stukje
Auteur: Dijk, J.A. van
Uitgave: Haarlem: H.J. Otto, 1897
5e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 567 : 5e dr. (dl I)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205618
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Oefeningen bij het Leerboekje der Nederlandsche spraakkunst voor lagere scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
28
gekapte deniietakken (^uitbreiden, uitbreidde^i), en nog lang
nadat ik mij, (vennoeit, vermoeid) van de dagreis, op zulk
een leger had(/) uitgestrek(/, d), kon ik hoeren, hoe mijne
beide ma(/t:)kers over het geluk van vervlogene dagen {iiit-
loeiden, niiiveidden).
139. Brave vrouw! die altijd door uwe werkzaamheid den
kost {vondi, vond), die altijd met ijver en trouw voor de
uwen {loerkie, loerkiet), die altijd u zelve {hebt, heeft) ge-
holpen, en hoe klein uw stukje brood ook we(e)zen (mögt,
wocht), nooit om eene aalmoes (hebt, heeft) gevraag(d, i),
zouden wij thans, nu gij buiten uwe schuld in nood {eer-
keerd, verkeert), u niet helpen? Kom(^) in, iree(d, dt, t) bin-
nen, arme vrouw! Gij (kwamt, kwaamt) niet tevergeefs om
bijstand sm'e(VOke(n).
140. 'k Heb mijn speelgoed reeds geborge(7i)
En mijn boekjes, dat ik morgen
Alles weer in orde (tv'm/, vindt).
Moest ik zoeke(?i)
(Sa, naar) mijn boeken,
'k {Ueete, heette) vast een slordig kind.
Op mijn knietjes nergebo(o)gen,
(Slaan, sla) ik, eer ik slaap(7), mijn oogen
(Biddend, biddent) op tot God den Heer;
Amen zeg ik,
En dan leg ik
^lij gerust te sla(/()pen (neer, neer).
vrouwe bildkhdmk.
141. Trien werkteOi) al {hijgend, hijgent) en (zweetent.
zweetend) voort. De grootvader (kuchtte, kuchte) en {hoestte.