Boekgegevens
Titel: Oefeningen bij het Leerboekje der Nederlandsche spraakkunst voor lagere scholen
Deel: Eerste stukje
Auteur: Dijk, J.A. van
Uitgave: Haarlem: H.J. Otto, 1897
5e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 567 : 5e dr. (dl I)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205618
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Oefeningen bij het Leerboekje der Nederlandsche spraakkunst voor lagere scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
23
twee Gulden voor het inbinden van vier boekdeelen in linnen
banden.
{zegge, zeggen) f2- Rotterdam, den lOde" Juni 189 .
N. N.
H6. Mietje {voert, voerdt) hare jurk.
Willem {voert, voerdt) zijne kippen.
De agent {voert, voerdt) den dief naar de gevangenis.
117. Als ik in uwe plaats was. {voerde, voer) ik nooit
meer met de trekschuit, wel van tijd tot tijd met de stoom-
boot; in de meeste gevallen {rees, reisde) ik met den spoor-
trein.
118. Zoodra ik het boek, dat gij mij gevraag(d, t) {heb,
hebt, heeft), {vin, vind, vindt), {zend, zond) ik het u
dadelijk.
119. Van morgen {jjen, heb) ik eerst een vol uur gewan-
delt/, dt, t), daarna {ben, heb) ik naar Alfen gere(e)de(n).
120. Men {bereidt, berijdt) de huiden van verschillende dieren
tot leder. Dit {geschiet, geschied, geschiedt) in de looierijen.
De huid van enkele dieren word(^<) tot zeer dun en fijn, die
van andere tot dik en grof leder {bereid, bereden).
121. Als men de woorden berijden en bereiden hoor(<) uit-
spre(e)ke(n), ontdek(<) men geen onderscheid van klanken.
Echter is er groot onderscheid in de beteekenis. Paarden kan
men (bereiden, berijden); ganze(u)pennen kan men niet her..den,
maar wel her..den.
122. Hij {za'oer, zwoor), dat hij zijn haar niet zoude(u)
la(a)te()i) kni(j3)pen, voordat hij zijn doel {berijkt, bereikt)
zoude(n) he(?*)be(n).
123. Zou ik den man {benijden, beneiden).
Die altijd mooie kleeren droeg
En (:('.'a«m>, zware) pijn moest [lijden, leiden)!