Boekgegevens
Titel: Oefeningen bij het Leerboekje der Nederlandsche spraakkunst voor lagere scholen
Deel: Eerste stukje
Auteur: Dijk, J.A. van
Uitgave: Haarlem: H.J. Otto, 1897
5e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 567 : 5e dr. (dl I)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205618
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Oefeningen bij het Leerboekje der Nederlandsche spraakkunst voor lagere scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
21
stuivertje verdiene(n) kun(n)e(n), het zou uwe gezondheid
{schaden, schaadden): het is te lang van ('s morgens, 'smor-
gens) halfzeven tot ('s avonds, 'savonds) halfacht {steets, steeds)
in gebukte houding te z\\{t)e{n).
101. Om welke {reden, rede, reede) zou ik een wagen {ko-
pen, koopen), ik, die bijna eiken marktdag met mijn neef
mede(ri;, rijd, rijdt) en verder zelden of nooit van huis {gaat,
ga)? 'tZou te gek wezen om van te {praten, praatten). Bo-
vendien, ik [ken, kan) mijn spaarpenningen wel be(e)ter {be-
steedden, besteeden, besteden).
102. Meisje, {kan, kunt) ge mij ook zeggen, waar de dili-
gence (afrijd, afrijdt) of waar de stoomboot afvaar(d, dt, t)1
Niet? Maar lieve kind, gij moet zulke eenvoudige dingen
we(e)ten ; het staat knap, een vreemdeling dadelijk den weg
te kun(n)en {iveizen, ivijzen). (Gebruik, gebruikt) in het vervolg
uwe oogen en uwe ooren beter, en {toont, toon) wat meer be-
langstelling in de dingen, die gij niet uit boeken, maar op de
opene straat (leren, leeren) kunt.
103. Wel nu nog mooier! Daar {heb, ben) ik mijn beursje
vergeten. En weet jij nog. hoe dat zaad heet, daar we naar
{craaggen, vragen) {moestten, moesten)! Neen, ik {heb, ben) 't
vergeten.
104. De kleine {lag, lei) in het water te spartele(n)
en begon al te zinke(n), toen er twee matrozen aankwa-
men, die zich geen oogenblik bedach(Oten en dadelijk alle
pogingen ((umwenden, aanwendden) om haar te {redden,
redd'en).
105. In den tuin van onzen oom {groeie. groeien) ap-
pe(/)len, pe(t')ron, perzi(A-)ken, {druifen, druiven), {aal,
r(Z('(bessen, abriko(u)zen en nog andere soorten van vruch-
ten.