Boekgegevens
Titel: Oefeningen bij het Leerboekje der Nederlandsche spraakkunst voor lagere scholen
Deel: Eerste stukje
Auteur: Dijk, J.A. van
Uitgave: Haarlem: H.J. Otto, 1897
5e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 567 : 5e dr. (dl I)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205618
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Oefeningen bij het Leerboekje der Nederlandsche spraakkunst voor lagere scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
'iO
niet hooi {belanden, beladen). De straat was nog al (naauw,
nauw), en de wagen bree(c?, t), zoodat het in de huizen, als
de wagen voor de glazen was, duister {werd, wordt, wert).
94. Ik was zeer verlangen(d, t) {om'?) mijn ouden vriend
nog eens te {ontmoeten, ontmoetten). Als ik {wis, ivist),
waar hij zich (bevindt, bevond(t)), ik {zon, zouu) niet (nis-
ten, rustten), voordat ik hem gezien en gespro(o)ken {had,
hadt).
95. Onze vriend (zij, is) in zijn nieuwe betrekking tot zegen
van velen werkzaam. Hij {stichte, stichtte) al het goede, dat hij
(stichtte, stichte, stichton) kan.
96. De Romeinen {verwoesten, venvoestten) onder de rege(<")-
ring van keizer... de (stad, stat) Jeruzalem. Na de(e)ze ge-
beurtenis werden de Joden nog meer over de aarde (verstrooit,
verstrooid).
97. Van morgen, toen de barbier mijn vader (scheerde,
schoor), {vertelde, vertelden) hij een grap, zoo kluchtig, dat
wij (schudden, schuddoden, schudd'en) van het {lagchen, la-
chen). Gelukkig, dat vader zich goed konde(n) houde(ji), an-
ders was hij wellicht door ons ('jelag, gelach) in het (gezigt,
gezicht) gesne(^?)den.
98. Maartje, gij zult toch het {beslag, beslach) eerst late(n)
{rijzen, reizen) ? Van (ongoreisde, ongerezen) pan(n)e(/i)koeken
houde(n) wij niet.
99. De kinderen berust(«)en dadelijk in de uitspraak van
grootvader, niet uit vrees voor den ouden man, maar omdat
zij allen duidelijk voelde(n), dat hij het bij het {rechte, regte)
{eind, end) had.
100. Uwe moeder heef(<, d) het voorstel van de naaijuf-
frouw met zorg (overgewogen, overwogen) en beslo(o)te(n)
het niet aan te ne(e)me(n). Al zoud(Ó gij ook een aardig