Boekgegevens
Titel: Oefeningen bij het Leerboekje der Nederlandsche spraakkunst voor lagere scholen
Deel: Eerste stukje
Auteur: Dijk, J.A. van
Uitgave: Haarlem: H.J. Otto, 1897
5e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 567 : 5e dr. (dl I)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205618
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Oefeningen bij het Leerboekje der Nederlandsche spraakkunst voor lagere scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
18
moet zich de moeite (getroosten, getroostten) om eerst den
wrangen bolster weg te ne(e)men en dan de noot te kra(a)-
ken. Veroordeel(t) dus in het vervolg niet dadelijk, wat u op
het eerste (gezicht, gezigt) onaangenaam of onbruikbaar (voor-
kom, voorkomt).
76. Het zou mij meer genoegen gedaan (heben. hehbe, heb-
ben), mijn jonge vriend, als gij dit stuk met meer zorg ver-
vaardig(d, dt, t) had((). Gij besteed(<) uwen tijd wel niet
slecht, maar gij vergeet te dikwijls wat u steeds is voorgehou-
de(n). (Gewend, gewen, gewent) u om altijd met ernst en in-
spanning te werken: be(e)ter weinig en goe(d, t), dan veel en
slecht of mi(rf)delmatig.
77. De (raten, ratten) maakte(n) gebruik van deze gun-
stige gelegenheid, smulde(n) nu op hare beur(«, d) en za(a)-
gen of liever hoorde(n) de poes (snorke(n), snurke(n)), die on-
beweeglijk bleel(<) (leggen, liggen).
78. De vlinder (wiegt, wiegd) zich in de luch((i. t)
En (spreit, spreid, spreidt) de vlerkjes uit.
79. De (bij, bei) (gaart, gaard) was en honig op
Uit (bloemen, bloemmen), plant en (kruit, kruid).
80. Uw koninkrijk (kome, komen). Uw wil (geschiede, ge-
schiedde).
81. Laat alle dingen hier met betamelijkheid (geschiedden,
geschiedde, geschieden, geschiede).
82. Weet gij mij ook te zegge(n), waar mijn brillenhuisje
(ligt licht)! Ik mis(<) het al een poosje en (vint, vind, vindt)
het zeer lastig, mijn bril steeds in de hand te houde(n).
83. Ik (verrieh, verricht) eiken dag met opgewektheid
mijne taak.
84. De vroolijkheid pas(<, d, dt) aan de jeug(d, t).
Die leerzaam zich betoon(d, t, dt).