Boekgegevens
Titel: Oefeningen bij het Leerboekje der Nederlandsche spraakkunst voor lagere scholen
Deel: Eerste stukje
Auteur: Dijk, J.A. van
Uitgave: Haarlem: H.J. Otto, 1897
5e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 567 : 5e dr. (dl I)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205618
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Oefeningen bij het Leerboekje der Nederlandsche spraakkunst voor lagere scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
15
het liuishouden al heel wat gestop((/, dt, t), geinaas((i, t, dt),
geknip(</. l, dt), gezoom{d, t, dt), genaai((7, t, dl), {(jebrci{d,
t, dt), (jchrcjen) en verstel(J, t, dt). Voortaan zullen enkele
verrichtingen gemakkelijker gaan en minder tijd {kosten,
kostten).
5G. De heeren Hooi en Stroo gelieve(n) te levere(»i) aan
de Openbare School n". 1 alhier twee pakjes grif(/)els, drie
doosjes sta(«)len pen(n)en, vier dozijn {linialen, liniealen), lang
vijf en veertig centimeters.
57. De heer Bader gelieve(n) te levere(?i) aan mevrouw
Zonbrug twee mud Bi'ielsche aardappelen.
58. Gij zijt mijn Herder, trouwe Heer!
Nu zal mij niets {onthreke, ontbreken)-.
Ik {le<j, lig) in groene {wijden, weiden) neer.
Bij spie(i/)gelgla(d)de {heeken, beken)-,
Gij {laafd, laaft) mijn ziel, die Gij ge{leit, leid, leidt)
In 't voetspoor der {gerechtigheid, geregtigheid).
TEN KATE.
59. Dan {brengt, brenkt) ze brood en koff(y, ie) heen
Naar 't maai(j)ersvolkje in de wei
En naar haar broertje, die daarginds
De schapen roQ(i{legt, leit, leidt) op de hei.
()0. .Tetje had(t) {vergeten vergete) haar duifje voeder te
geven. Toen zij twee da(a)gen la(a)ter terugkwam, {vondt,
vont, vond) zij het diertje dood in het hok. Zij was hier-
door zeer ontstel((, d, dt). Haar zusje {troostte, trooste)
haar, zooveel zij kon. Ook haar va(a)der {trachtte, trachte)
hare droefheid te doen (bedare, bedaren), maar alles bleef
vruchteloos. Telkens, als zij het oog naar het lieve diertje
{wende, wendde), {kwam, kwainen) er weder tranen over hare
wangen rol(i)en.