Boekgegevens
Titel: Oefeningen bij het Leerboekje der Nederlandsche spraakkunst voor lagere scholen
Deel: Eerste stukje
Auteur: Dijk, J.A. van
Uitgave: Haarlem: H.J. Otto, 1897
5e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 567 : 5e dr. (dl I)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205618
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Oefeningen bij het Leerboekje der Nederlandsche spraakkunst voor lagere scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
13
Is van een boozen kippenzoon.
Welaan, {hoor, hoort) naar mijn droeven toon.
Daar {Jeggen, liggen, leiden, lagen), 't is geen vreemd
(geval.
Twee hoenderei(/)ers in een stal.
47. De moeder {ging, gong) de kindren voor.
En {leide, leidde) hen de tuinen door;
De zon was warm en {schijnt, scheen) heel fel.
De kleintjes {groeide, groeiden) zichtbaar snel;
Ze {iJtkfe, pikten) {hupplent, hupplend) in het rond
Elk kruimpje en wormpje, dat men {vont, vond, vondt).
48. De moeder (hrugt, bracht) het tweelingpaar
Ter school bij meester {Ooijevaar, Ooievaar),
Die aan de jeug((/, t) sinds langen tijd
Zijn zorg en ijver had(() {gewijd, gewijdt).
Wat voor fatsoenlijk door {wou, toil) gaan,
(Wert, werd, iverdt) bij hem in de leer gedaan.
49. De moeder {ging, gingt) en slaakte(ft) een toon
Van smart om heur verlo(())ren zoon;
Zij stelde()i) op zijn geboortegrond
Een steen, waarop te le(e)ze(n) {stont, stondt, stond):
Mijn Kukleku, te vroeg {beschreidt, beschreit, be-
schreid),
{Stierf, stierft) door zijn ongehoorzaamheid.
50. De lieer N. (berichte, berichtte) ons zoo spoedig moge-
lijk, of de vacantie nog deze week {begint, hegind).
51. Wat {verbeeld, verbeeldt) zoo'n ventje zich al niet! Heeft
hij zich altijd zooveel {verheeld, wr&eeW/) ? Welk een dwaasheid!
52. Als ik mij tot iets {verhin, verbindt, verbint, verbind),
moet ik getrouw mijne verplichtingen nako(o)me(n).