Boekgegevens
Titel: Oefeningen bij het Leerboekje der Nederlandsche spraakkunst voor lagere scholen
Deel: Eerste stukje
Auteur: Dijk, J.A. van
Uitgave: Haarlem: H.J. Otto, 1897
5e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 567 : 5e dr. (dl I)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205618
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Oefeningen bij het Leerboekje der Nederlandsche spraakkunst voor lagere scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
12
39. De Heer zegene en {behoede, behoedde) u!
40. Op den wagen {lagen, laagen) le(e)ge vaten en meer
andere dingen door elkander en daartusschen {zillen, zetten,
zatten, zaten) vier havelooze kna(a)pen, {bibberent, bibberend)
van kou en angst. Ieder {had, hadt) zijn bundeltje in de hand,
dat de schamele plunje in-{hielt, hield, hieldt), welke hij uit
het ouderlijke huis had(<) meegenome(M).
41. »Komt gij uit Rusland?" zoo {tuide, luidde) de vraag.
De jongens {antwoordde, antwoorden, antwoordden) (toestem-
ment, toestemmend).
»Hebt gij hier ke(n~)ni(.s)en of vrienden?"
Zij {schudden, schudd'en, schuddederi) het hoof((/, I).
»Waarheen {wilt, wild) gij u {wendden, wenden)1"
Zij {haalde, haalden) de schouders op.
»Wie heeft u hier {gebragt, gebracht) ?"
» »Dat {weten, tveeten) wij niet." "
42. Hoor de {klokken kloken) vroolijk {lulde, luidde, luidden,
luiden).
Van den toren {waait, waaid) de vlag.
Ha, hoezee! 't Is vreugdedag!
goeverneur.
43. De vraag zij duidelijk en bescheiden; het antwoord
{luidde, luide) ^nstig !
44. De bloem {verspreid, verspreit, verspreidt) haren liefe-
lijken geur maar voor een tijd: zij {verdord, verdordt, ver-
dort).
45. De herfst had(/) het loof der boomen {verdort, verdord):
de wind {speelde, speelden) nu met de gele bladeren en (knikte,
knikten) de doode tak(/>:)en.
46. Mijn lieve kindren, (hoor, hoort) eens wel!
De levensloop, dien 'k u {vertelt, vertel, verleid),