Boekgegevens
Titel: Eerste(-tweede) vijftigtal leerrijke verhalen ontleend van de Nederlandse spreekwoorden: ten dienste der scholen
Deel: 1e vijftigtal
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Groningen: A.L. Scholtens, 1855
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 679 G 63
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205567
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste(-tweede) vijftigtal leerrijke verhalen ontleend van de Nederlandse spreekwoorden: ten dienste der scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
80
XLVII.
JITat Itooi raakt lig^t aan liet broeijen.
De logementhótider JozeJ kreeg eens op den avond van des f
Konings verjaardag eene iverzameling van "nagenoeg twintig;
jongelingen en'jonge dochters in zijn logement. Al deze per- ■
sonen, nagenoeg overeenstemmende in denkwijze, beminnaars-
van muzijk en zang, vrienden van orde en voorstanders van i
eene betamelijke en schuldelooze vreugde, hadden zich veree- •
nigd, om hier in elkanders gezelschap eens eenen regt genoeg- •
lijken avond te hebben. Al spoedig liet zich in het logement
een welluidend vierstemmig gezang hooren, begeleid door:
verschillende muzijkinstrumenten, en het matig genot van een i
glas wijn verdreef de zorgen, die nu plaats maakten voor
eene algemeene, geheel onschuldige vreugde. Midden onder
dit hoogst betamelijke vermaak kwam een hoop van de ruwste ;
en onbeschaafdste gezellen de deur instormen, en oogenblik- -
kelijk werden de schoonklinkende en stichtelijke gezangen door i
straatliederen verdrongen, en de aangename gesprekken der .
schuldelooze vreugd moesten plaats maken voor een woest :
getier. De eerstgekomenen zaten nu zwijgend bij elkander,.
terwijl de logementhouder de laatste gasten tot orde en beta-
melijke vreugde zocht op te wekken. Doch .nu sloegen deze
met de vuisten op de tafel, dat de glazen op den grond i
verbrijzelden, en zochten twist met de anderen, die daarop '
vertrokken. De logementhouder werd nu ook spoedig van
zijn lastig gezelschap verlost. Eenige avonden daarna kwamen
zij echter weder, om hun woest vermaak cn rumoer te her-
halen: doch Jozef, de logementhouder, had vroegtijdig genoeg
zijne deur gesloten, ^n op de vraag, waarom hij hen niet
binnen wilde laten, gaf hij ten antwoord: „ om dat nat Jiooi
ligt aan het broeijen raakt, — of, om dit met andere woorden
uit te drukken: omdat onverstandige en zcdelooze menschen ligt
tot wanorde en omstuimige woede over slaan"
GELIJK BEDORVEN HOOI TOT BROEIJBN OVERSLAAT ,
zoo BROEIT HET OTROEK IK DEN DOMMEN OKVEIiLAAT.