Boekgegevens
Titel: Eerste(-tweede) vijftigtal leerrijke verhalen ontleend van de Nederlandse spreekwoorden: ten dienste der scholen
Deel: 1e vijftigtal
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Groningen: A.L. Scholtens, 1855
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 679 G 63
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205567
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste(-tweede) vijftigtal leerrijke verhalen ontleend van de Nederlandse spreekwoorden: ten dienste der scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
De vatler hoorde het wel, maar liet het echter niet
Wijken. Een weinig tijds daarna zeide Richard tot
zijne kinderen: »Komt, wij willen van morgen de
jonge boekweit schoon maken; het is nu nog droog,
en de lucht staat naar regen."
Zij gingen te vier uur heen, werkten tot aan acht,
en nu hadden zij de boekweit van onkruid gezuiverd.
Te negen ure begon het te regenen, en die regen
duurde verscheidene dagen. De buren van Richard
hadden het schoonmaken verzuimd; door de vochtig-
heid konden zij nu in geene week hunne vruchten
zuiveren; het onkruid verkreeg de overhand en onder-
drukte de boekweit. Na den regen begonnen zij wel
te wieden; doch nu werd de boekweit daardoor aan-
merkelijk beschadigd; omdat het onkruid te groot
geworden was.
Toen de herfst aankwam , oogstte Richard van een
stuk, dat even groot was, als een xijner huurlieden,
dubbel zooveel boekweit als zij. De boekweit was
duur, en Richard verkocht de mudde voor vijf gulden.
Toen hij het geld in den zak had, gaf hij aan Hen-
drik en Frederika ieder een' halven gouden penning
in hunnen spaarpot en voegde er bij: »ziet gij nu
kinderen! dat die morgenstond, in welken Hendrik
langer te bed wenschte te blijven, goud in den mond
heeft gehad ? "
Wilt u des morgens niet aan slaapzucht overgeven ,
Die 't morgenuur verslaapt, verslaapt de jeugd van 't leven !
II.
BOONTJE KOMT OM ZIJN LOONTJE.
De oude Frederik Boon had zos hinderen gehad,
doch van alle slechts ééW enkelen zoon, Jan geheeten,
overgehouden. Deze was nu de lieveling van vader en
moeder en deed in hun oog nimmer kwaad. De leide