Boekgegevens
Titel: De lofzangen Israels, waaronder de Heere woont: zijnde eenige geestelijke liederen
Auteur: Groenewegen, Johannes; Groenewegen, Jacob
Uitgave: Amsterdam: Van der Linden, 1879
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2963
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205513
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: liturgie
Trefwoord: Geestelijke liederen, Liederen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De lofzangen Israels, waaronder de Heere woont: zijnde eenige geestelijke liederen
Vorige scan Volgende scanScanned page
86 DE LOFZANGEN.
En ik schrik en vrees voor handen,
Schoon 't mij nog maar wordt gedreigd
Zahg die het in uw handen,
Geeft en altijd Gode zw'ijgt
5. O! mijn eigen wil en zin,
Wil geen and're wegen in.
Als daar 't vleesch in heeft behagen.
Eer genoegen vrijheid vreugd,
Al tiijn tijd en levensdagen.
Leven enkel in geneugt.
6. Souvereine Hemelheer!
Ach mögt ik het gansch regeer.
En 't bestuur van alle zaken,
Stellen aan uw wijzen raad.
En gelooven: God zal 't maken.
Schoon mij treffe alle kwaad.
7. Strijding was het met uw trouw
Dat Gij mij verlaten zou,
Want Gij geeft den moeden krachten.
En verlost op uwen tijd,
Dikwijls als wij 't minst verwachten.
Tot uw roem en heerlijkheid.
8. Veilig mag uw lieve volk.
Schoon er is een donkre wolk,
Haar belangen op U wagen.
Goede Meester! leer het mijn.
Want Gij hebt toch alle dagen
Toegezeid bij mij te zijn,
9. Ja, mijn volk! dat 's uw woord:
'k Heb u, eer gij riept gehoord
En in uw benaauwde tijden,
Is mijn ingewand ontroerd;
Hoe zou Ik dan kunnen lijden.
Dat gij moe werd weggevoerd?
10. Fn verlaten leven zou.