Boekgegevens
Titel: De lofzangen Israels, waaronder de Heere woont: zijnde eenige geestelijke liederen
Auteur: Groenewegen, Johannes; Groenewegen, Jacob
Uitgave: Amsterdam: Van der Linden, 1879
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2963
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205513
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: liturgie
Trefwoord: Geestelijke liederen, Liederen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De lofzangen Israels, waaronder de Heere woont: zijnde eenige geestelijke liederen
Vorige scan Volgende scanScanned page
84 DE LOFZANGEN.
En onder vloek en schuld gebukt,
Toen liij zich liet doorwonden:
Dus heeft dat l.am te weeg gebragt
Verlossing, en u vrij gekocht;
En door zijn bloed verkrefgen.
Jehova's eeuw'gen zegen.
5. Dus ben ik nu van alle kwaad.
Van zonden vloek en toorn,
Verlost en een geheilligd zaad,
Gods kind zijn uitverkoren,
Gods gunstig, vrij en liefdehart,
Al kom ik eens in kruis en smart,
Hij is met mij bewogen,
Zijn liefd' zal nooit gedogen
G. Dat ik naar ligchaam of naar geest
Zal smart of honger lijden.
Maar zal mij als ik allermeest,
Van nooden heb, verblijden;
Zijn goed is mijn Hij zelf mijn God,
Het deel mijns erven en mijn lot,
Die mij nu en na dezen.
Tot zaligheid zal wezen.
7. De Heere is mijn heil en licht.
Mijn sterkte en mijn leven. .
Hij zal rnij leeren mijnen pligt,
En mij' genade geven,
Om dat te lijden en te doen,
Waardoor ik moet ten hemel spoen,
Zijn geest zal mij gelijden
Mij troosten en verblijden.
8. Ach mogt ik maar tot lof en eer
Van God drieeenig leven,
Ach dat de Heere daartoe meer,
Genade aan mij mogt geven,
Pm steeds dien God van zalighied,