Boekgegevens
Titel: De lofzangen Israels, waaronder de Heere woont: zijnde eenige geestelijke liederen
Auteur: Groenewegen, Johannes; Groenewegen, Jacob
Uitgave: Amsterdam: Van der Linden, 1879
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2963
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205513
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: liturgie
Trefwoord: Geestelijke liederen, Liederen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De lofzangen Israels, waaronder de Heere woont: zijnde eenige geestelijke liederen
Vorige scan Volgende scanScanned page
ISRAELS. ■ 5S
Tot zaligheid en mij genezen,
13. Ei schenk mij Evangelisch werk,
En maak mij in 't geloove sterk;
Om zoo met mijn ell'^nd te konren.
Zoo als ik U heb aangenomen;
Nehemia 8: IL
Stem: O Holland schoon enz.
1. 35de Lied.
Verblijd u 's Memels 'gunstgenoot,
In God uw eeuwig Erven,
Uw Heil en Rots in nood en dood,
In leven en in sterven;
Daar gij uit kracht van Jezus bloed,
.Hebt deel aan al des Heeren goed.
Ja God moogt Vader noemen.
En u in Hem beroemen.
2. Al schoon de Satan en de hel,
U onheil had beschoren.
Had 's .Hemels gunst u evenwel,
Tot zaligheid verkoren;
Tot vaten der barmhartigheid,
Voor 's werelds grond u al bereid,
In 't boek des Lams ten leven.
Voor eeuwig aangeschreven.
3. Gods Zoon treedt bij zijn Vader in.
Voor 'd aanvang aller tijd en.
Verbind zich or» uit zuivre min.
Als Borg voor u te lijden:
Die liefde deed Hem 's Vaders schoot
Verlaten en zich in den' dood,
O goedheid hoog verheven.
Vrijwillig overgeven.
4. Hoe wierd'dat Lam geperst gedrukt
Door 't dragen van uw londen;