Boekgegevens
Titel: De lofzangen Israels, waaronder de Heere woont: zijnde eenige geestelijke liederen
Auteur: Groenewegen, Johannes; Groenewegen, Jacob
Uitgave: Amsterdam: Van der Linden, 1879
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2963
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205513
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: liturgie
Trefwoord: Geestelijke liederen, Liederen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De lofzangen Israels, waaronder de Heere woont: zijnde eenige geestelijke liederen
Vorige scan Volgende scanScanned page
2 DE LOFZANGEN.
4. Het beeft den Vader toch bshaag-d,
Voor al 't gebrek daar ge over klaagt,
Een volheid van genade en leven,
Aau Hem als Middellaar te geven,
5. Maar ach mijn ziel is blind, en doof,
Ik heb g'^en krachten van geloof,
Mijn ziel zit vaak in 'ttreurig duister.
En ziet zoo weinig van dien luister.
6. Üie in den vollt-n Jezus is,
Wanrd'ior ik 't regte leven mis.
Ach mögt ik meer in Christus leven
En ziel en lig'chaam overgeven.
7. O! zonne voor mijn zwak gezigt,
Bestraal mijn ziele met uw licht,
Opdat ik regt mijn ziels-ellenden ,
Matr zien en luij zoo tot (.T wenden.
8. Mijn zonden die ik da^glijks doe,
Die maken 't mij gedurig moe,
Ach! mögt Ik door uw bloedvergieten,
Den waren vrede Gods genieten.
9 mijn heil fhijn al mijn Levensvorst!
Naar Wien mijn ziel inwendig dorst.
l>oe mij geloovig. aan ü kleven.
En schenk mij uw verworven leven.
10. Ik heb geen krachten om te staan,
Veel minder om tot U te gaan.
Ik kan na 's Heeren welbehagen,
liet minste leed of kruis niet dragen
11. Ik ben ellendig in den grond.
Maar Gij, o Borg van 't vreeverbond!
Jtezit een volheid van genade,
Wat is een' ziel dan wel geraden.
12 Die' zoo ellendig als zij is.
Zich tot U wendt en zegt gewis:
Ontfermend Jezus zal mij wijzen,