Boekgegevens
Titel: De lofzangen Israels, waaronder de Heere woont: zijnde eenige geestelijke liederen
Auteur: Groenewegen, Johannes; Groenewegen, Jacob
Uitgave: Amsterdam: Van der Linden, 1879
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2963
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205513
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: liturgie
Trefwoord: Geestelijke liederen, Liederen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De lofzangen Israels, waaronder de Heere woont: zijnde eenige geestelijke liederen
Vorige scan Volgende scanScanned page
ISRAELS ■ 81
6. Schoon mij de zonde overheert,
En ik mij veel ellendig,
Mij is ejn Koning die regeert,
En die zijn wet inwendig,
In mijn verstand en harte schrijft
En die mijn Koning eeuwig blijft
tn mij ook zal bewaren;
Op Wien ik rust in Wien ik leef,
En daar ik mij aan overgeef,
Ik wil dan ook verklaren:
7. Dat jezus nu en eeuwig zij,
Den schoonste aller men^chen,
Dat Mij genoegzaam is voor mij.
En meer dan ik kan wenschen,
Êezit genade, heil en licht.
Ach had ik een verlichïgezigt,
^^fitVan al zijn dierbaarheden,
En mogt ik naar dat schoone beeld,
Maar door genade zijn herteeld.
En leven hier beneden.
Stem: Het zwakke ligchaam ligt ter neer.
1. 34ste Lied.
' Mijn zondig, dwaas en ijdel hart.
Hoe kunt gij dikwijls tot uw smart,
U zoo van Jezus laten scheiden,
En leven in een schrale weiden.
2. M wat gij buiten Jezus ziet.
Vervult toch uw begeerte niet;
't Zijn bakken, die geen water houen
En ijdel gronden van vertrouwen.
3. Het Lam voor's werelds grond geslacht.
En zoo veel eeuwen lang verwacht.
Bezit een zee van zaligheden,
Van heil en eeuw'ge zielevreden.