Boekgegevens
Titel: De lofzangen Israels, waaronder de Heere woont: zijnde eenige geestelijke liederen
Auteur: Groenewegen, Johannes; Groenewegen, Jacob
Uitgave: Amsterdam: Van der Linden, 1879
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2963
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205513
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: liturgie
Trefwoord: Geestelijke liederen, Liederen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De lofzangen Israels, waaronder de Heere woont: zijnde eenige geestelijke liederen
Vorige scan Volgende scanScanned page
78 DE LOFZANGEN.
Als de Offeraar eertijds bij 't Offerlam,
Die Jezus dood als rantsoen verkondet.
5. Wie gat te hoog ooit van zijn Jezus op?
Verhef vrij uw gelijk tot in-den top. -
Van Gods oneindige Algenoegzaamheden;
Want al wat deze God is voor Hem zelf,
Op zijnen troon in 's hemels hoog gewelf.
Dat is Hij voor zijn volk in eeuwigheden,
6. Al heb ik dan éen ziel'vol zondenschuld
Die met een heir van zonden is vervuld
Ik vlugt naar Hem wiens Naam een sterke toren
Is voor zijn volk daar hulpe is besteld.
Die Held die 's vijands magt ter nedervelt
En die van heil bezit een vollen horen
7- Ach was mijn ziel aan Jezus zoo verkleefd
Hat al wat niet als God volzalig leeft.
Verdween uit oog en hart als ijdelheden
Als blinkend schoon meteenen valschen glans
Vol zielsvenijn en zielsvergit nogtans,
Waardeerende mijn Gods weldadigheden.
8. Hij is een Heiland die het waardig is.
Alleen geliefd gediend gezocht ik mis.
Niet in de zaak 'k word niet door schijn,
bedrogen:
'Ik heb gevoeld zijn liefde aan mijn hart
Die tranen droogt, verligt de zwaarste smar
Ach kon ik jezus meer door lof verhoogen.
9. Ik gun Hem zoo zijn zaligheid en eer,
Hij is het waardig ja oneindig meer,
Als aller Engeleu prijs en lofgezangen:
Wie is van Hem een kind en gunsteling
Die niet in liefde en in verwondering.
Gestaag aan jezus wenscht te Sl* ven hangen
10 Hij stroomt van liefde en van barmhartigheid
En' vol oneindige algenoegzaamheid,