Boekgegevens
Titel: De lofzangen Israels, waaronder de Heere woont: zijnde eenige geestelijke liederen
Auteur: Groenewegen, Johannes; Groenewegen, Jacob
Uitgave: Amsterdam: Van der Linden, 1879
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2963
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205513
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: liturgie
Trefwoord: Geestelijke liederen, Liederen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De lofzangen Israels, waaronder de Heere woont: zijnde eenige geestelijke liederen
Vorige scan Volgende scanScanned page
ISRAELS. 73
Ach schenk mijn geest weer lichten leven.
's Hemels Heerlijkheid
Stem: Zoet gezelschap dat me^ mij.
1. 31ste Lied.
Hemelingen heft uw toon,
Zingt eens van des hemels kroon.
Waarom langer treurig leven?
Zingt eens van de hemelstad.
Zingt eens dat de posten beven.
Wordt zoo ras niet moe en mat.
2. Hemelwachters al te maal,
Zie eens door 't geloof de zaal.
Daar gij eeuwig zult verkeeren,
In dat hooge hemelhof,
Daar gij eeuwig 'd Heer der Heeren.
Zult verhoogen zijnen lot'
3. O! die hooge hemelstad.
Daar men nooit wo;dt moe of mat,
In die hemelsche gezangen,
Daar gij al wordt ingewacht.
Daar uw hoop en uw verlangen.
Daar uw pogen steeds naar tracht.
4. 't Heilige van dat paleis.
Zal uw eeuwig reis op reis, ^
In eén wellustzee doen zwemmen,
■ En geen rouwe of verdriet.
Zal uw hemelvreugde stremmen,
Want daar komt de zonde niet.
5. Heerlijk is die stad gebouwd,
Al de straten zijn van goud.
En versierd aan alle kanten;
Alles blinkt daar als het licht.
Hij is gansch op diamanten.
Op het heerelijkste gesticht.
6*