Boekgegevens
Titel: De lofzangen Israels, waaronder de Heere woont: zijnde eenige geestelijke liederen
Auteur: Groenewegen, Johannes; Groenewegen, Jacob
Uitgave: Amsterdam: Van der Linden, 1879
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2963
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205513
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: liturgie
Trefwoord: Geestelijke liederen, Liederen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De lofzangen Israels, waaronder de Heere woont: zijnde eenige geestelijke liederen
Vorige scan Volgende scanScanned page
ISRAELS ■ 67
Daar mijn hart gaat heen;
Naar dien Levensvorst,
Mijne ziel gedurig dorst.
6. Ja, Jezus is mijn eigendom. Mijn volzaliggoed
Daar gaf ik heel de wereld om,
Jezus is zoo zoet, Zions Heer, Godes Zoon,
Is mijn eer en oiijn kroon, Altijd.
En mijn deel in eeuwiglieid. Jezus is't alleen
Daar mijn hart gaat heen Naardien Levenvorst
Mijne ziel gedurig dorst.
7. Van ziels-gebrek moet ik vergaan
Was mijn Jezus niet Voor mij dood en opgestaan
Daar nu eeuwig vliedt Van mij af'thelsch gevaar
Want ik ben voor en na. Altijd,
Met mijn Borg in veiligheid Jezus is 't alleen.
Daar mijn hart gaat heen.
Naardien Levensvorst Mijne ziel gedurig dorst
8. En alles vind ik vol onrust. Al wat werelds is
En nergens vindik dat mijlust. Als ik Jezus mis
Hij alleen niemand niet.
Anders geen, daar ik vlied. Naar toe.
Als ik ben de wereld moe, Jezus is 't alleen.
Waar mijn hart gaat heen Naardien Levensvorst
Mijne ziel gedurig- dorst,
9. Wat baat irtij al de wereld- toch?
't Is maar ijdelheid.
Het is maar schijn en zielsbedrog,
Veeltelaatbesdireid Eer en goed prachten staat
Schijnt wel zoet maar vergaat. Eerlang,
En dan valt het naar en bang; Jezus is, 't alleen
Daar mijn ha tgaat heen Naar dien Levensvorst
Mijne ziel gedurig dorst
10. Ja zelts het lieve volk van God,
Dat ik zoo bemin, Zij deelen in het zelfdé lot
Mijn geluk is iii; Jezus liefd, die zoo zoet