Boekgegevens
Titel: De lofzangen Israels, waaronder de Heere woont: zijnde eenige geestelijke liederen
Auteur: Groenewegen, Johannes; Groenewegen, Jacob
Uitgave: Amsterdam: Van der Linden, 1879
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2963
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205513
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: liturgie
Trefwoord: Geestelijke liederen, Liederen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De lofzangen Israels, waaronder de Heere woont: zijnde eenige geestelijke liederen
Vorige scan Volgende scanScanned page
U DK LOFZANGEN
10. Niets \vfts te goed voor zulk een bruid
«Jie .volgens 't eeuwig raadsbesluit,
Met Clirisfus moge paren.
God Vader die zijn Zoon haar schonk,
Kon haar die met zijn sierkleed blonk
Niets weigeren noch sparen,
Juich dan zingt dan,
Lekkerijen specerijen. Wijn en honing,
Schonk u deze Hemelkoning,
lï, Nu zijn wij inderdaad zijn vrouw.
Doch 't is maar tijd van ondertrouw,
De bruiloftsdag zal komen.
Die is lang bij Hem vastgesteld,
Hoe wel aan ons nog nooit gemeld,
Hij blijft den wensch der vroomen-
Reinigt, peinigt.
Al uw zonden 't aller stonden.
Die u kwellen
En nog steeds in 't harte wellen
12. De dag die komt en is nabij.
Dat Jezus zelts van harte blij,
" Ons tot zich in zal halen,
Eu voeren ons vrij van den dood
En zonde tot zijn Vadefs schoot,
In de opper-hemelzalen;
'd Engelen, beugelen,
In verwachte en groot achte.
Van onz Koning,
Tot ze ons voeren in zijn woning,
13. Roep nu met mij mijn man mijn Heer
Mijn Bruid'gom die mij mint zoo teer.
Mijn Borg mijn Heiland magtig!
Mijn liefste Jezus dierbaar Vrind!
Mijn Zaligmaker die mij mint.
Maak mij uw kroon deelachtig:
Kadert gaderf.