Boekgegevens
Titel: De lofzangen Israels, waaronder de Heere woont: zijnde eenige geestelijke liederen
Auteur: Groenewegen, Johannes; Groenewegen, Jacob
Uitgave: Amsterdam: Van der Linden, 1879
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2963
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205513
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: liturgie
Trefwoord: Geestelijke liederen, Liederen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De lofzangen Israels, waaronder de Heere woont: zijnde eenige geestelijke liederen
Vorige scan Volgende scanScanned page
ISRAELS ■ 59
Eu het stilde mijne smart.
6. Spraken zij, hoe gansch verloren.
Elk zijn arme ziel zag staan.
Onder zonde vloe4c en toorn,
Alzoo was 't ook mij gagaan;
X\'as het dat zij mij verliaalJen,
Hoe zij arm en aan het end.
Kwam toen God hun bepaalde,
• l»it was mij niet onbekend.
7. Was het dat zij mij vertelden,
Hoe dat alle hoop verdween.
Wat men mij ook liervan melden.
't Kwam zoo innig overeen
Spraken zij hoe dat ze zagen,
Jezus was alleeu van doen,
Om de Godheid te behagen,
In zijn bloed tot zielö-rantsoen.
8. Riepen zij met heilig beven,
Geet mij Jezus of ik sterf,
Jezus is mijn ziele leven.
Buiten Jezus het verderf;
Was hun bidden roepen, weenen,
Om dien een'gen Toeverlaat,
Was om Jezus al het stenen.
Dat was uit mijn hart gepraat.
9. Allerhande ziele-sfanden,
as mij met dat volk gemeen,
't Waren al te maal steeds handen,
Die de batten' bond iu een;
Klaagden zij van diepe ellende.
Angst eu smart en zielenood,
Dit was mij geen onbekende,
Taal al was mijn ziele dood.
10. En wat zag ik eene schoonheid.
In het echte volk van 't Lam,