Boekgegevens
Titel: De lofzangen Israels, waaronder de Heere woont: zijnde eenige geestelijke liederen
Auteur: Groenewegen, Johannes; Groenewegen, Jacob
Uitgave: Amsterdam: Van der Linden, 1879
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2963
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205513
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: liturgie
Trefwoord: Geestelijke liederen, Liederen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De lofzangen Israels, waaronder de Heere woont: zijnde eenige geestelijke liederen
Vorige scan Volgende scanScanned page
« ISRAELS. , '19
Hij, al de Seraphijnen;
Die in geen tempel woont van goud
Van steen of marmer opgebouwd,
Mijn ziele moet verdwijnen,
Dat gij bij inij Opper-Koningneemt uw woning
En uw ruste. Om U daarin te verlusten,
2. Een vuil en walglijk Adamskind,
Mismaakt ellendig arm en blind,
Ontbloot van alle leven,
Die wordt een huis en plaats ter woon
Van God Drieeenig op zijn troon,
In heerlijkheid verheven;
Mijn ziel beviel, Aan den Heere dat zijn eere
Was te wonen, In mijn hart als in zijn troonen
3. Hebt gij dan Opper-Majesteit!
Mijn hart steeds tot uw huis bereid
En daartoe uitverkoren?
Is dat uw lust, uw wil en zin?
't Is ook de mijne komt maar in.
En wilt mijn zuchten hooren
Wilt Gij steeds mij, Licht en leven komen geven
En regeren, En alleen mij hart beheereu,
4. Ben ik uw huis en tempelbouw
Alwaar Gij eeuwig wonen zou.
Wilt Gij dan in mij werken;
Ai maakt liet zuiver'rein en schoon.
Versierd het als uw eigen woon,
Dat iedereen kan merken.
DatGijinmij Werkten levet heerschtenzwevet
En als'koning, Mij begeert hebt tot üw woning
5. Verbreekt in mij der zondenkracht
Zoo die mijn hart begeeren,
Om door te werken 't allen tijd,
In uwe tegenwoordigheid.
Uit mijne viel te weeren,
Doch't isgewiöUwe tempel daar'g uw stempel