Boekgegevens
Titel: De lofzangen Israels, waaronder de Heere woont: zijnde eenige geestelijke liederen
Auteur: Groenewegen, Johannes; Groenewegen, Jacob
Uitgave: Amsterdam: Van der Linden, 1879
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2963
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205513
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: liturgie
Trefwoord: Geestelijke liederen, Liederen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De lofzangen Israels, waaronder de Heere woont: zijnde eenige geestelijke liederen
Vorige scan Volgende scanScanned page
42 DE LOFZANGEN '
Ik werp mij voor uw voeten neer,
Als voor een goedertieren Heer,
En God van zaligheden,
Ach was ik de uw en Gij de mijn.
Wat zou mijn ziel verblijdend zijn,
Eu vol van zoete vreden.
2. Hier lig ik neer zoo naakt en^blind
Waarheen zou ik mij wenden.
Een slaaf des duivels en een kind
Des toorns vol ellenden,
O lieve Jezus! 'k heb uw raad.
Tot hiertoe met mijn hart versmaad.
En geenszins willen hooren,
Dus lig ik neer in, 't vlakke veld,
Och was er nog geen hulp besteld,
Bij U ik was verloren.
3. Dit smartmijn ziel ik heb geen rust
't Is met mij buiten hopen,
Dus vindt ik nergens heil noch lust.
Als tot U in te loopen:
Uw woord is waar gij hebt gezeid,
Die tot mij komt in eeuwigheid,
\ Zal nimmer gaan verloren; ^
Ik grijp dan uwe sterkte aan. ..
En zal U ook niet laten gaan.
Tot dat Gij mij zult hooren
4. Al ben ik dan zoo vuil en snood,
De roem van uw genade.
Zal ik te meer oneindig groot,
Ontdekken vroeg en spade.
'Verliet gij niet uw hemeltroon,
■Gm zondaars als uw arbeidsloon.
Voor eeuwig te genieten?
Wijn ziele grijpt dan eeuwig moed.
Met pleiten op uw dierbaar bloed.
Ik z»l 'van irauen vlieten,