Boekgegevens
Titel: De lofzangen Israels, waaronder de Heere woont: zijnde eenige geestelijke liederen
Auteur: Groenewegen, Johannes; Groenewegen, Jacob
Uitgave: Amsterdam: Van der Linden, 1879
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2963
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205513
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: liturgie
Trefwoord: Geestelijke liederen, Liederen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De lofzangen Israels, waaronder de Heere woont: zijnde eenige geestelijke liederen
Vorige scan Volgende scanScanned page
ISRAELS 31
Bekleed met glans en majestijt,
Is op zijn troon gezeten,
Die -wordt hier op een wond're wijs
Des armen zondaars ziele spijs,
En door 't geloof gegeten,
4. Hier Komen tot dit Bruilofsfeest,
Als regte tafelvrinden.
Alleen de armen naar den geest,
En die geen leven vinden,
In al wat buiten Jezus is.
De koning zit hier aan den disch.
En ziet daar al de gasten.
Hij let wie regten honger heeft,
En wie bij and're spijze leett
Schoon ze in den schotel tasten.
5. Hij ziet den trotschen Farizeër,
Als w£^s hij een genoode.
Zich zelf aan tafel zetten neer.
En eten van de brooden;
Hij zendt die gasten ledig heen,
Die zonder Jezus zijn te vreen,
En zegt: waartoe verschenen?
Van 't ware bruilofskleed ontbloot.
Zoo eet en diinkt men zich den dood
En gaat gerust nog henen.
6. Hij ziet het heilbegeerig hart
Van verre tot Hem komen;
Hij ziet haar klagten en haar smart,
Haar vrees en heilig schroomen;
Hij ziet hen als van verre staan,
Hun zondig hart Hem bieden aan
Haar pleiten op zijn wonden.
Haar. roepen om de vrucht en kracht
Van zijn geroep: «het is volbragt!«
Tot zoening voor haar zonden.
7. En die dus komen regt ontbloot,