Boekgegevens
Titel: De lofzangen Israels, waaronder de Heere woont: zijnde eenige geestelijke liederen
Auteur: Groenewegen, Johannes; Groenewegen, Jacob
Uitgave: Amsterdam: Van der Linden, 1879
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2963
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205513
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: liturgie
Trefwoord: Geestelijke liederen, Liederen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De lofzangen Israels, waaronder de Heere woont: zijnde eenige geestelijke liederen
Vorige scan Volgende scanScanned page
30 DE LOFZANGEN '
Schepsel staat mij niet in 't licht
Laat mijn oogen naai- omhoogen,
Vliegen, wijkt uit mijn gezigt
O zalig-leven omhoog te zweven,
In den hemel voor den troon,
In den hemel voor den troon.
Op het Avondmaal.
Stem: Wanneer de zon, enz.
1. 14de Lied.
Komt hier hegeerig oog en hart.
Naar leven en genaden,
Hier is een balsem voor uw smart
Hier kunt gij u verzaden,
Hier is een lieflijk ziels-onthaal.
Hier is een bruilofs-avondmaal.
De koning is gezeten,
Aan dezen zijnen ronden disch,
iJie vol van heil en liefde is,
Hier kunt ge uw smart vergeten,
2. Hier wordt 't begeerig hart vervuld
Met merg en reine wijnen.
Hier is geregtigheid voor schuld.
Voor wonden medicijnen;
Hier is geslacht het Godes Lam,
Die tot dat eind' op aarde kwam.
De spijs der uitverkoren;
, Hier is het eigen 'vleesch en bloed
Van Godes Zoon 't vervullend goed
Voor hen die naar Hem hooren.
3. Voorwaar een wonder Avondmaal
De noodigend? Koning,
Is zelf de spijs en 't ziels onthaal
Schoon in zijn hemelwoning;
O wonder, die in eeu-svigheid,