Boekgegevens
Titel: De lofzangen Israels, waaronder de Heere woont: zijnde eenige geestelijke liederen
Auteur: Groenewegen, Johannes; Groenewegen, Jacob
Uitgave: Amsterdam: Van der Linden, 1879
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2963
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205513
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: liturgie
Trefwoord: Geestelijke liederen, Liederen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De lofzangen Israels, waaronder de Heere woont: zijnde eenige geestelijke liederen
Vorige scan Volgende scanScanned page
ISBAELS. 29
3/ Laat maar zinken en verdrinken
Alles wat mijn oog ontmoet,
't Eeuwig wezen nooit volprezen,
Blijft mijn deel en eeuwig gued
O veilig leven aan God te kloven,
't Schepsel niet maar God het al,
't Schepsel niet maar God het al,
4. Hier beneden is geen vreden,
Lieve troost nog zielerust,
Ach hoe veilig is 't en heilig,
God te stellen tot zijn lust
O zalig leven! met God te zweven,
't Schepsel niet maar God het al.
't Schepsel niet maar God het al.
5. Tegenspoeden, kruis noch roeden,
Baart mijn ziele geen verdriet,.
Als mijn ooge 't niet ontvlogen.
God het eeuwig al geniei,
O zalig leven met God te zweven,
God de ware zielerust
God de ware zielerust
6. Goed en eere al 't verkeeren-,
In der prinsen huis en hof.
Wil ik geven voor het levun,
Van een uurtje boven 't stuf],
O zalig leven daar ik naar streve.
God mijn deel en zielegoed.
God mijn deel en zielegoed.
7. Al mijn vrinden en beminden
Ja mijn eigen vleesch eu bloed,
Wil ik haten eu verlaten,
Voor het allerhoog'ste goed.
O zalig leven daar ik naar ötreve
God mijn zalig deel en al,
God mijn zalig deel en a],
■ 8. O woestijnen veilt-.verdwiju'-^a