Boekgegevens
Titel: De lofzangen Israels, waaronder de Heere woont: zijnde eenige geestelijke liederen
Auteur: Groenewegen, Johannes; Groenewegen, Jacob
Uitgave: Amsterdam: Van der Linden, 1879
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2963
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205513
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: liturgie
Trefwoord: Geestelijke liederen, Liederen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De lofzangen Israels, waaronder de Heere woont: zijnde eenige geestelijke liederen
Vorige scan Volgende scanScanned page
ISRAELS 27
2. Ach Heere had ik nu genaden,
Om uwe goedheid en weldaden,
Aan mij bewezen dezen dag.
Met hart en lippen te vermelden,
1) daarvoor eere te vergelden,
Ach dat ik met een diep ontzag.
3. En reinen eerbied mijner ziele,
Mögt voor U als mijn Vader knielen,
En met een nederig gemoed,
Verbroken onder schuld en zonden,
Mij werpen op Messias wonden
En in zijn zalig offerbloed.
4. Ach mögt ik nu met al mijn zaken,
Mijn rekening weer effen maken, •
Ik vind mij schuldig en onrein.
Ach mögt ik in die reine plassen
Van Jezus bloed mijn ziele wasschen,
En als op nieuw gereinigd ziju.
5. Het zonnelicht dat is geweken,
De dag die is voorbij gestreken,
Ue duisternisse van den nacht
Die stelt ons bloot voor veel gevaren,
Getrouwe Wachter wilt bewaren.
En ons behoeden dezen nacht.
6. O Jezus zon en licht en leven.
Laat mij uw licht toch niet begeven^
Dat zou mij zijn de grootste smart.
Laat vrij Uw zon steeds nederdalen.
Als gij maar met uw geestesstralen,
Zendt licht en warmte in mijn hart.
7. Dit is o Heer mijn wensch en bede.
Dat Gij mijn ziel met licht en vrede,
Vervullen wilt dan zal de nacht
Mij enkel licht en blijdschap wezen,
Dan zal ik rusten zonder vrezen,
In uw bescherming- eu uw magt.