Boekgegevens
Titel: De lofzangen Israels, waaronder de Heere woont: zijnde eenige geestelijke liederen
Auteur: Groenewegen, Johannes; Groenewegen, Jacob
Uitgave: Amsterdam: Van der Linden, 1879
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2963
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205513
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: liturgie
Trefwoord: Geestelijke liederen, Liederen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De lofzangen Israels, waaronder de Heere woont: zijnde eenige geestelijke liederen
Vorige scan Volgende scanScanned page
ISBAELS. 25
Die daar boven zijn gekroond.
3. Achter de eeuwigheids gordijnen,
Zal Jehova,^ zalig. Volk.
't Lam die kaars zien eeuwig schijnen
Zonder schaduw, zonder wolk;
Daar is 't licht aan alle kanten.
Want die straten zijn van goud,.
't Fondament van diamanten,
Waar die stad op is gebouwd;
4. En die geesten der volmaakte,
Klinken daar in heiligheid.
Daar haar ziele hierna haakte.
Als haar lust en zaligheid.
Zalig volk daar zult gij blinken.
Als de zon aan 't Firmament,
Zalig volk daar zult gij zinken.
En verdrinken zonder end.
5. Daar zal God de ziel omvangen.
Met zijn algenoegzaamheid,
't Leven en het zielsverlangen,
Hier beneden in den tijd;
Daar zal God alleen het leven,-
Wezen en 't vervullend goed.
God geheel zich zelven geven,
In volmaaktheid aan 't gemoed. ,.
0. Kan ,t beginsel in genade
Hier verwekken zulk een vreugd?
Hoe zal dan de ziele baden,
Hoe zal 't hart dan zijn verheugd.
Als de ziel geheel verzonken,
In der Godheid oceaan
Eeuwig zal van liefde dronken
Zijn en voor den Heere staan?
7. In die rei der hemelgeesteti,
3*