Boekgegevens
Titel: De lofzangen Israels, waaronder de Heere woont: zijnde eenige geestelijke liederen
Auteur: Groenewegen, Johannes; Groenewegen, Jacob
Uitgave: Amsterdam: Van der Linden, 1879
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2963
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205513
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: liturgie
Trefwoord: Geestelijke liederen, Liederen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De lofzangen Israels, waaronder de Heere woont: zijnde eenige geestelijke liederen
Vorige scan Volgende scanScanned page
22 DE LOFZANGEN '
Z. Ja, fonteiu! waterbad!
Reinig mij, laat het nat:
Uw Bloed,
Zijn besprengd op mijn gemoed,
J. 'k Wil, maar dan niet weer.
U tot dwaasheid keer,
Z Daartoe Heere! wacht
Ik op uw genade en kracht.
1 Johannes 3 vers 1 Ziet hoe.
groote liefde.
Stem; Mijn vader die mijn smarte ziet.
1. 10de Lied
O Vader is uw teere zin,
En reine min, En liefde in,
En op zoo snood gedrocht,
Gevallen, eer de grond.
Gevallen eer de grond.
I^es werelds door u was gelegd,
Ja eer de hemel stond?
2, O vrije liefde zonder maat:
Die hooger gaat. En vaster staat
Dan zon of firmament,
Ik zondig Adamskind,
Ik zondig Adamskind,
Zou ik van u o reine God!
Met liefde zijn bemind!
3. Wat was het toch dat u bewoog,
Tot mededoog, En dat uw oog,
Op mij juist nederviel?
Mij zondig snood rebel,
Mij zondig snood rebel,