Boekgegevens
Titel: De lofzangen Israels, waaronder de Heere woont: zijnde eenige geestelijke liederen
Auteur: Groenewegen, Johannes; Groenewegen, Jacob
Uitgave: Amsterdam: Van der Linden, 1879
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2963
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205513
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: liturgie
Trefwoord: Geestelijke liederen, Liederen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De lofzangen Israels, waaronder de Heere woont: zijnde eenige geestelijke liederen
Vorige scan Volgende scanScanned page
ISBAELS. 21
Van doen,
Tot uw eeuwig zielsrantsoen,
Z. 'k Heb U, Heer gehaat,
Zoo lang en gesmaad;
J, Ziele is 't nu uw lust?
Laat uw vrees dan zijn gebluscht.
5. Z O Jezus! o mijn zondensprak,
Weegt mij niet genoeg,
O, dat mijn ziele meer verbrak,
Was ik laat en vroeg,
In een vloed van getraan:
J, Was 't gemoed dan Voldaan?
Z. O neen,
U, o Jezusl anders geen.
J. IJrukt uw zondensmart,
Niet genoeg op 't hart?
Treur dan om mij.
Leef dan vrolijk, vrij en blij.
Z. O Jezus! neen, o licht en heil!
Nergens vind ik rust,
Mijn ziele vindt zich nergens veil,
J. Zoek bij mij uw lust,
' Geef uw hart, zoo onrein,
En vol smart, maar aan mijn,
Geheel,
Zoö word ik uw zalig deel.
Z. Konde ik maar, o Heer!
'k Had mij zielsbegeer,
Was ik mij maar kwijt,
O dan was mijn ziele verblijd.
7. J» wel kunt gij niet in mij is kracht
Leg maar voor mij neer,-
Maar op deez waterroering wacht
Ik daal wel eens neer,