Boekgegevens
Titel: De lofzangen Israels, waaronder de Heere woont: zijnde eenige geestelijke liederen
Auteur: Groenewegen, Johannes; Groenewegen, Jacob
Uitgave: Amsterdam: Van der Linden, 1879
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2963
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205513
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: liturgie
Trefwoord: Geestelijke liederen, Liederen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De lofzangen Israels, waaronder de Heere woont: zijnde eenige geestelijke liederen
Vorige scan Volgende scanScanned page
ISBAELS. 13
7. 'k Ben zijn kind Hij is mija Vader,
Dus zijn rijkdom is de mijn,
Hier een deel en al te gader.
Zal 't mij haast geschonken zijn:
Hiér geniet ik de eerstelingen,
En die maken mij zoo rijk.
Dat ik juichen kan en zingen,
En verachten al uw slijk,, en verachten enz
8. Jezus is mijn oudste broeder,
Ja mijn maker is mijn man,
Jezus is mijn borg en hoeder,
Die mijn ziel vervullen kan,
Met zijn. volheid en genade,
Met zijn rijkdom en zijn eer.
En verworven heil weldaden,
Is 't nog weinig 'kzal nog meer is't nog enz
9. Van mijn rijkdom u verkonden,
Jezus mijn volzalig goed,
Heeft in mij zijn geest gezonden,
Die mij Abba roepen doet;
Hij bewoont mij als zijn tempel.
Hij bezit mijn ziele en,
Drukt op mij zijn Godheidstempel.
Dat ik Gode eigen ben,, dat ik Gode enzj.
10. 't Is een geest, aan mij gegeven.
Dien niet ledig in mij woont.
Maar met Hemels liclit en leven,
En met heiligheid mij kroont:
Als een kleed dat voor den Heere
Waardig is en naar mijn staat.
Dat alleen, dat zijn de kleeren.
Zijd en kostelijk gewaad,, zijd en enz,
11. 't Is een geest, aan mij gegeven,