Boekgegevens
Titel: De lofzangen Israels, waaronder de Heere woont: zijnde eenige geestelijke liederen
Auteur: Groenewegen, Johannes; Groenewegen, Jacob
Uitgave: Amsterdam: Van der Linden, 1879
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2963
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205513
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: liturgie
Trefwoord: Geestelijke liederen, Liederen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De lofzangen Israels, waaronder de Heere woont: zijnde eenige geestelijke liederen
Vorige scan Volgende scanScanned page
8 DE LOFZANGEN '
Eens rollen als een doek,
Maar God zal die ten leven.
Van Hem zijn aangeschreven.
Niet delgen uit zijn boek.
10. v\ elzalig, regt geprezen,
Zal hij dan eeuwig wezen,
Oien God ten leven schrijft;
O dat is eeuwig erven,
Iq leven en in sterven,
Góds eigendom hij blijft.
Tot Wien zonden wij henen gaan. bij ü ziju
de woorden des eeuwigen levens.
Stem: Toen 't land in dartelheden.
1 4de Lied
O Jezus! vol genade,
Vol algenoegzaamheid,
O zee om in te baden.
Mijn heil in eeuwigheid;
Tot wien zou ik mij wenden.
Mij wenden, mij wenden,
't Is rondom vol ellende,
^ Bij ü is zaligheid.
2. Ik zit in 't treurig duister,
Mijn ziel is zonder licht.
Als gij uw glans en luister,
Neemt weg uit mijn gezigt,
Dan staat mijn ziel verlegen
Verlegen, verlegen.
Ik mis de regte wegen,
O Jezus! onderrigt.