Boekgegevens
Titel: De lofzangen Israels, waaronder de Heere woont: zijnde eenige geestelijke liederen
Auteur: Groenewegen, Johannes; Groenewegen, Jacob
Uitgave: Amsterdam: Van der Linden, 1879
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2963
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205513
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: liturgie
Trefwoord: Geestelijke liederen, Liederen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De lofzangen Israels, waaronder de Heere woont: zijnde eenige geestelijke liederen
Vorige scan Volgende scanScanned page
AANHANGSEL. 187
10. Ik neem dat nog voor eeuwig aaa,
En wil met al mijn schuld belaan,
Mij daar geloovig heen begeven,
Ik weet in Jezus is mijn leven.
11. Kn dat 's mijn troost in mijn ellend
4 »at God te ^ voren heeft gekend
Mijn weg eer dat ik whö geboren.
Ja hoe Hij mij heeft uitverkoren,
12. Ik zal 't dan wagen op die trouw.
Ik krijg dan echter geen berouw,
Zijn bloed en geest zal mij genezen,:
Kn ik de zijne eeuwig w.ezen.
13. O zonne der geregtigheid!
Schenk mij geloot en heiligheid,
En wilt uw weten iu mij schrijven,
Kn laat ik in uw liefde blijven.
14. Dan zal ik nog mijn korten tijd,
Hier leven tot uw heerlijkheid,
God gun het al zijn volk te zameu,
En daarom zegt mijn ziele: Amen
Psalm 51: 2ü.
Stem: Wanneer de zon iu 't morgenrood.
1. Ibde Lüd
O Zions Koning, Godes Zoon!
Op 'ö Vaders troon verheven,
Ik werp mij neder voor uw troon,'
En smeek om geest en leven,
Voor uwe kerk en lieve bruid,
Die hier op aard xnoet wonen uit
Van U haar Zielsbeminden,
Haar Hoofd, haar Trocs*; en Levcnirorft
Waarnaar haar ziel gedurig dorgt,
Ach! dat ik U mogt vinden.