Boekgegevens
Titel: De lofzangen Israels, waaronder de Heere woont: zijnde eenige geestelijke liederen
Auteur: Groenewegen, Johannes; Groenewegen, Jacob
Uitgave: Amsterdam: Van der Linden, 1879
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2963
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205513
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: liturgie
Trefwoord: Geestelijke liederen, Liederen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De lofzangen Israels, waaronder de Heere woont: zijnde eenige geestelijke liederen
Vorige scan Volgende scanScanned page
134 AANlfANGSEt.
in on.^ Vaders hu:&,
Ji^uwjg dan te zullen leven,
Daar men geen vervloeking hoo?t,
Kn geen ergenis zal geven,
Maar in liefde ongestoord.
C. Ach! wat is 't een zielèvreagd,
En wat is mijn hart verheugd,
\h wij met Gods lievelingen
lü den geest met ruime stof,
Gode Psalmen mogen zingen
En- Hem geven eer en lof
7, En wat hartavereenigen
Vinden wïj ook onderling,
Als wij in gebeden 't zamen.
Naar den hoogen hemel gaan.
En des Heeren groote namen
Met malkander bidden aan.
H. \ls men met den ander spreekt,
Dat daar onder hart verbreekt
Van dat worden uit genaden,
Zalig door Messias bloed,
Van ziju keus zoo wel beraden,
En vau al dat heerlijk goed.
9. Dat zij als hun deel on lot,
In.gemeenschap met hun God,
Zalig nu al ondervinden,
En hoe God van .eeuwigheid.
Haar uit vrije goedheid minde,
En verkoos tot zaligheid.
10. Als daar onder 't zalig licht
Van des Heeren aangezigt
Onze zielen komt betitraleu:
i>at is ons eeu bniilottstee^t,
ï»aar wij dan elkaar verhalen.
Onze liefde naar d'-n^ge^sr.