Boekgegevens
Titel: De lofzangen Israels, waaronder de Heere woont: zijnde eenige geestelijke liederen
Auteur: Groenewegen, Johannes; Groenewegen, Jacob
Uitgave: Amsterdam: Van der Linden, 1879
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2963
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205513
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: liturgie
Trefwoord: Geestelijke liederen, Liederen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De lofzangen Israels, waaronder de Heere woont: zijnde eenige geestelijke liederen
Vorige scan Volgende scanScanned page
142 AANilANGSEL.
Hift BtonJ-en duren dan maar kort.
11. Jezus leer mij dan maar haakten
Geiei raij door uw hand en raad
Gij zijt de eerste en de laatsten,
Die nooit uw werken vareu laat,
12. Ei. leer mij liing's zoo meeruwwe^ea
Met mij door duisternis en licht,
(rtdoof en ong-.jloof daartegen,
Tot dat mijn ziele in 't gezigt,
13. van Sions 't UemelscU Kanaan boven.
i)at land van mijn volkomen rust,
Daar ik dan God zal eeuwig loven.
Dan weet ik, en ik ben bewust
14. Dat mij de weg niet zal verdrieten,
Ik ga dan voort in mijnen loop,
AJs die eens eeuwig zal genieten
Het eind van mijn geloof en hoop
Hooglied 4: It>.
Stem: Geeft een aalmoes voor den blinde..
1. 12de Li^
(i'eest des Reeren, die mijn Jeven,
Rn mijn zielè-adem zijt,
[>ie aan Sion heil kunt geven,
Voor den Hemel mij bereidt:
Komt toch in mijn harte wonen.
En uw heerlijkheid vertoonen,
Ach. doorwaait mijn zielenhof.
Tot uw heerlijk tot uw heerlijk, •
Tot uw heerlijkheid en lof.
2. Ach hoe zou ik kunnen leven,
Als Gij niet mijn dorre ziel
laicht en invloed wilde geven.
Sn mijn leven onderhiel?
Ziuiden wind. wil dan ontwaken.