Boekgegevens
Titel: De lofzangen Israels, waaronder de Heere woont: zijnde eenige geestelijke liederen
Auteur: Groenewegen, Johannes; Groenewegen, Jacob
Uitgave: Amsterdam: Van der Linden, 1879
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2963
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205513
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: liturgie
Trefwoord: Geestelijke liederen, Liederen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De lofzangen Israels, waaronder de Heere woont: zijnde eenige geestelijke liederen
Vorige scan Volgende scanScanned page
AANHANGSEL. 129
2 Ik dacht: mag ik mijn ziele-voeten,
Maar zetten op het hemelspoor,
Wat ramp of leed mij mögt ontmoeten
Ik kom er echter veihg door,
3. Al moest ik dan met smaad en schänden
Door 'd engen weg len hemel in,
Als ik maar mögt in Kanaän landen;
Ik koos dien weg toch niet te min.
4. Maar ach! mijn ongeloovig harte,
En mijn verdorvenheid vooral
Gepaard met kruis en vele smarte
nie maken mij den weg zoo smal.
5. Ik ben onmagtig in het goede.
En vaak onwiUig onder 't kruis,
Ik voel mij dikwijls mat en moede,
Begeerig naar mijns Vaders huis,
6. En somtijds kom ik ook in wegen,
En paden van mij nooit gekend,
Dat maakt mij nog* te meer verlegen,
Hoe ik nog komen zal aan 't end.
7. Dan moet ik eens in 't duister treden,
En durf mijn pad niet moedig gaan
O, zonne der Geregtigheden!
Laat mij uw licht toch schouwen aan
8. En laten de gebaande wegen
Toch binnen in mijn harte zijn,
Mijn licht en kracht in ü gelegen.
Dan zal ik langs een regte lijn
9. Mij eens naar Kanaän henen spoeden.
En loopen steeds van kracht tot kracht
Geen vijand maakt het mij dan moede,
En 't zware kruis valt mij dan zacht
10. Al moest ik dan nog al eens smaken,
Hoe dat de vrome uaauwlijks wordt
Gelukkig eu kan zalig raken,