Boekgegevens
Titel: De lofzangen Israels, waaronder de Heere woont: zijnde eenige geestelijke liederen
Auteur: Groenewegen, Johannes; Groenewegen, Jacob
Uitgave: Amsterdam: Van der Linden, 1879
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2963
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205513
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: liturgie
Trefwoord: Geestelijke liederen, Liederen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De lofzangen Israels, waaronder de Heere woont: zijnde eenige geestelijke liederen
Vorige scan Volgende scanScanned page
128 AANHANGSEL
lor€n,
Hoorluchte Vorst! en Gij onwinb're HeldT
Houd moed Gij zult eens eeuwig lauw'ren
dragen;
Gij zult ontworstelen het helsch geweld,
Van toorn vloek der wet in weinig dagen:
Houd moed mijn Heeren souvereine Vorstt
Dit is 't rantsoen en losgeld uwer erven,
Tot" heil uwa volks daar Gij zoo zeer naar dorst
Gij zult een eeuwig heil hierdoor verwerven
Dit is eeuwige roem voor uwes Vaders Naam
Dit stelt Gods hooge regt in al zijn luister.
Dan vliegt uw werk op vleugels van de faam
Al is het nu van alle zijden duister.
Na weinig dagen zit Gij op Gods troon.
Als Opperheer van hemel en van aarde;
Gij zwaait uw rijkstaf tot uw arbeidsloon
Deez' bange strijd uw eeuwge vreugde baarde
Als overwinnaar van den dood den dood
Ten trots zult Gij eens eeuwig zalig leven
En rusten in uws Vaders liefdeschoot,
Houd moed doorluchte Held wat zoudt Gij
beven?
Gij, Goddelijke f.eeuw! uit Juda's stam
Gij zult den strijd voorzekereenmaal winnen
O Priester! en <iij Uoddelijk Offerlam,
Dus dringt Oe in 't heiligdom deshemels binnen
Psalm 119: 3.
Stem: De Tien Geboden.
1. 11de Lied.
Ik had den engen weg ten leven
Die naar het hemelsch Kanaan leidt
Omhelsd, maar mij niet voorgeschreven
Den weg van r.oo veel kruis en strijd.