Boekgegevens
Titel: De lofzangen Israels, waaronder de Heere woont: zijnde eenige geestelijke liederen
Auteur: Groenewegen, Johannes; Groenewegen, Jacob
Uitgave: Amsterdam: Van der Linden, 1879
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2963
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205513
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: liturgie
Trefwoord: Geestelijke liederen, Liederen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De lofzangen Israels, waaronder de Heere woont: zijnde eenige geestelijke liederen
Vorige scan Volgende scanScanned page
'AANHANGSEL. 127
Te ondervinden met eea zoet genengt
Dat was het veld waar Jezus heelt gestreden
En eenen lusthof van <«od zelf geplant
In Eden was het werk verbond geschonden
In eenen hot stelt Jezus zich tut pand,
Ter wrake Gods betalende de zonden.
O hoe weemoedig weent, en zucht en kermt
De Heiland en de klaagt zijn lievelingen:
Och is er niemand die zich Mij onUermt?
Ik ben bedroefd ter dood, en Mij omringen
Der helle angsten en des doods geweld.
O kuat gij niet één ure met Mij waken?
Mijn Vaders toorn Mij zoo naar ontstelt,
Wat zal ik nu in dezen nood gaan maken!
De hemel, aarde en afgrond, al te- zaam,
't Uerkt alles om mijn smai tete vergrooten
Mijn Vader vordert dat uw eer en naam.
Dat Ik moet zijn zoo ganschelijk vcrstootenr
Zoo'tmogelijkisoch wierd ik wat verschoond
Om 't laatste grondsop niet geheel te drinken
Maar Vader! doe uw wil als gij mij loont.
Om met mijn volk eens glorierijk te blinken
De Satan ala de vorst van deze heische mugt
Heeft deze Meld mei al zijn magt bestreden
Mit was voor dezen Hfdd een Ufire njicht,
Maar doch. hoe zwaarder .^trijd hoe meer
gebeden.
Des Vaders toorn en den vk-jck der wet,
Des duivels list cn zijne hel^che woede.
Zijn'jong'ren slaapzucht onder zijn gebed
En lijden alles maakt Hem hang en moede
Alom waar zich keeixle heen en waar.
't Scheen al tot ziju verderf t-:/.aam gezworen
Toen daalde een geznnt des. Ueinels neer, '
Kn sprak lieai aan: geet toch geen uioed-ver-