Boekgegevens
Titel: De lofzangen Israels, waaronder de Heere woont: zijnde eenige geestelijke liederen
Auteur: Groenewegen, Johannes; Groenewegen, Jacob
Uitgave: Amsterdam: Van der Linden, 1879
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2963
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205513
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: liturgie
Trefwoord: Geestelijke liederen, Liederen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De lofzangen Israels, waaronder de Heere woont: zijnde eenige geestelijke liederen
Vorige scan Volgende scanScanned page
124 AANilANGSEL.
Stem: O Kersnacht schooner enz.
1. 10de Lied
Fontein van algenoegzaamheden
O Jezus! bron van zaligheden
I'iè alles voor uw kinderen bent
Hoe zal ik uwe goedheid roemen,
Die eeuwig mij had kunnen doemen,
En laten liggen in eliend.
2. Maar neen Gij hebt vau eeuwigheden
Als Borg voor mij al ingetreden
Als middelaar den vree gemaakt:
'k Had U voor eeuwig moeten derven
En in mijn zonden moeten sterven
Mijn losser heett mij vrijgemaakt,
3. Ik was rampzalig van naturen.
En had voor eeuwig moeten treuren
Ik lag onder 't hoogste kwaad
M^ar God van zaligheid en leven
Heett mij van 't hoogste kwaad ontheven
En toegebragt heil en genaad.
4. 'k Was dood in zonden en misdaden
Ontbloot van leven en genaden.
Ik lag zoo in mijn bloed versmoord;
Maar Jezus vol van groot erbarmen,
1'ie maakte levendig mijn armen.
Door middel van zijn Geest en Woord.
5. 'k Was blind en doofen kon niet hooren
Melaatsch onrein en onherhoren.
Maar Jezus bood mij zelve ^an.
Ligtte de schillen van mijn oogen,
V\as o?er mijn ellend bewogen,
'k Was lam en tiij leerde mij gaan.
li. 'k Was naakt ontbloot eu arm van geeste
En dat miju ziele smart het meeste,
ik was onbloot vau heingheid.