Boekgegevens
Titel: De lofzangen Israels, waaronder de Heere woont: zijnde eenige geestelijke liederen
Auteur: Groenewegen, Johannes; Groenewegen, Jacob
Uitgave: Amsterdam: Van der Linden, 1879
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2963
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205513
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: liturgie
Trefwoord: Geestelijke liederen, Liederen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De lofzangen Israels, waaronder de Heere woont: zijnde eenige geestelijke liederen
Vorige scan Volgende scanScanned page
122 AANilANGSEL.
'Zen een zondig liellewigt!
'k Zal voor eeuwig moeten peorea.
Ver van Godes aangezigt,
11. Jezus roept: komt maar tot Mq,
'k Zal uw zieien maken vrij,
Maar helaas! ik lig verslonden.
, 'k Kan geen eenen voet voortgaan,
'k Lig gewenteld in mijn zonden,
Zoodat ik niet op kan staan
12. Ach wat is er ook aan mij.
Dat Jezus begeerlijk zij.
Zou bij zoo een goddelooze
Roepen tot zijn vreeverbond,
En yerlpssen van den booze!
Uit den eeuwigen afgrond?
13. Ligt uw ziele in onmagt.
Wel daar is bij Jezus kracht,
Ligt gij in des Satans banden,
Vastgekluisterd en geboeid,
Jezus eeuwige offeranden.
Biedt Dij aan, schoon gij 't verfoei't.
14. Zou er dan nog hope zijn.
Voor zqo.n zieke medicijn.
En zou Jezus mij nog willen!
Ach! trok Hij mij dan tot Hem, 4
Lieve Jezus! houdt niet .stille,
llelpt .mijn ziele uit de klem,
15. 'k Leg mij aan 't Bctbseda neer,
Smeek oju uw genade lUer!
Want zoo Gij, o Deer! woudt treden
In 't gerig't wie zou bestaan:
Ja ik zou met gladde echredeu,
Naar 't eeuwige verdert gaan.
10. Ontfermende Jezu.-! zoci.
l.sat uw zaliq- lietdt'bloeu