Boekgegevens
Titel: De lofzangen Israels, waaronder de Heere woont: zijnde eenige geestelijke liederen
Auteur: Groenewegen, Johannes; Groenewegen, Jacob
Uitgave: Amsterdam: Van der Linden, 1879
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2963
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205513
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: liturgie
Trefwoord: Geestelijke liederen, Liederen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De lofzangen Israels, waaronder de Heere woont: zijnde eenige geestelijke liederen
Vorige scan Volgende scanScanned page
120 AANilANGSEL.
Jezus reikte mij zijn band,
En ik haakte aan Hem verbonden,
'k Kreeg- zijn geest tot onderpand
En Hij schoot zijn liefdevonken
En ik wierd van liefde dronken,
Hij riep overwonnen uit,
O! mijn zuster! o! mijn zuster!
O! mijn zuster! o! mijn Bruid!
Zielsbede van een onder onmagt lig-
genade ziele.
Stem: Reisgenooten heilig zaad!
1 9de Lied
'k Werp mij voor uw voeten neer
Aller zaligheden Heer!
't Zij niet kwaad in uwe oogen
Dat een zondig Adams kind,
Onder onmagt neergebogen,
't Spreken met U onderwindt.
2. 'k Lig verdorven in onmagt;
'k Ben ontbloot van alle kracht,
Alles heeft mij nu begeven
O! wat ben ik, 'doode hond,
Ach! ontbloot van alle leven.
In 't %'erbroken werkverbond
3. Ik ben wa]g,lijk en onrein,
'k Draag des satans beeld in mijn,
In zijn boeijen vastgekluisterd,
O rampzalig hellewigt!
'k Ben in mijne ziel verduisterd
En ontbloot van 't ware licht.
4. Dat benaauwd mijn ziele meest.
Dat ik mis des Heeren Geest,
Ach hoe kom ik uit de boeijen
Van den Vorst der duisterni.s,'