Boekgegevens
Titel: De lofzangen Israels, waaronder de Heere woont: zijnde eenige geestelijke liederen
Auteur: Groenewegen, Johannes; Groenewegen, Jacob
Uitgave: Amsterdam: Van der Linden, 1879
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2963
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205513
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: liturgie
Trefwoord: Geestelijke liederen, Liederen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De lofzangen Israels, waaronder de Heere woont: zijnde eenige geestelijke liederen
Vorige scan Volgende scanScanned page
AANHANGSEL. 117
4. Och dat gij U aan mijn kart
Dat door ongelootd verward
Zich niet voor U kan verklaren,
En zoo in zich zeiven woelt
Wondt in gunste openbaren.
Die ik wel eens hebt gevoeld
5. Doe gij U aan mijn geisoed,
En uw schuld rergevend bloed
Deed gevoelig ondervinden,
Toen »ijn ziele regt verblijd.
Zich geloovig kon verbinden
Nu e» tot in eeuwigheid
6. 0«h ik kan niet tot U gaan,
Noch »w sterkte grijpen aan,
'k Heb gee« licht noch zielekrachten,
Trek mij Jezus naar U toe
Hoort mijn auchten en mijn klagten,
'k Ben het zwerven om zoo moe.
7. Als miju ziel in ü niet leeft
En aan ü den wijnstok kleeft
Moet zij dor en ledig blijven,
Levensvorst ontdekt U dan.
Och wil het onderschrijven.
Dat ik niets verrigten kan,
8. Zonder trekking van uw geest
Die de laatste en de eerst
Zijt in al mijn zieleleven.
Gun mij Jezus te allertijd.
Door 't geloof aan U te kleven.
Die mijn ziele wijnstok zijt,
.9. Leer mij toch geloovig staan.
En vrijmoedig tot 11 gaan,
Zoo gedurig maar te komen.
Met mijn zonde tot uw bloed.
Als ik U heb aargenomen