Boekgegevens
Titel: De lofzangen Israels, waaronder de Heere woont: zijnde eenige geestelijke liederen
Auteur: Groenewegen, Johannes; Groenewegen, Jacob
Uitgave: Amsterdam: Van der Linden, 1879
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2963
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205513
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: liturgie
Trefwoord: Geestelijke liederen, Liederen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De lofzangen Israels, waaronder de Heere woont: zijnde eenige geestelijke liederen
Vorige scan Volgende scanScanned page
112 AANilANGSEL.
Ik z«u ia Gods gebodea loopen
En eens vernieuwen mijnen strijd
18 Maar ach daar komt maar eene zonde
Die werpt mij gansch en al ter neer
Daar leg ik dan als vastgebonden
In onmagt voor mijn God ea Heer.
19. En ach zoo gaat het alle dagen,
Zoodat mij wel ontvalt de moed
En als ik dan weer kom met klagen
Is nog ds Heer getrouw en goed,
Üe gevoelige overgang der Ziele, komende
Met den Ileere in het Verbond.
Stem; Zoet gezelschap dat met mij.
1 5de Lied
Aeh wat beu ik dwaas en blind
Dat ik Jezus die mij mint
Nog tot liefde wil bewegen
Door mijn zuchten en getraan.
Waarom sta ik zoo verlegen
'k Zie die heil en vredebaan.
2. Opgestoken in zijn Woord
'k lieb een stem met kracht gehoord
Jezus roept mij om te komen
Met mijn zonde en schuld belast
Zou ik nu nog langer schroomen
'k Maak mijn ziel nu eeuwig vast
3. Aan die Vorst Emanuël
Die den duivel dood en hel.
Heeft zijn kop en magt vertreden
Op uw aanbqd van gena;
Van Verzoening heil en vrede»
Zegt mijn ziel voor eeuwig ja
4. 't Is gezeid dat nooit berouwt,
'k feea met Je2u.7 ondertrouwd.