Boekgegevens
Titel: De lofzangen Israels, waaronder de Heere woont: zijnde eenige geestelijke liederen
Auteur: Groenewegen, Johannes; Groenewegen, Jacob
Uitgave: Amsterdam: Van der Linden, 1879
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2963
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205513
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: liturgie
Trefwoord: Geestelijke liederen, Liederen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De lofzangen Israels, waaronder de Heere woont: zijnde eenige geestelijke liederen
Vorige scan Volgende scanScanned page
AANHANGSEL. lU
Getüamerd door Gods eigen hand.
9. 't Is hier vol stormen en vol baren
't Is hier vol rampen en vol nood:
'k moet onder treuren droevig varen
Die lange reis tot aan den dood.
lö. Maar ik hoop namaals aau te lauden
Aan 's Hemels zaalge vredekust
Ik hoop op een volzalig stranden
In 'd haven vau volmaakte rust.
11. God laat mij wel een vruchtje proeyen
Uit 's Hemels zoet en lieflijkheid
Maar dat is kort en ik bedroeve
Mij dan «Is God weer van mij scheid.
12 Somtijds zoo plagen mij de zonden.
Dat ik het strijden worden moe,
Ik ben van alle kant gebonden
En mogelijk aan mijn sterven toe.
13. Ik hoop ik z«l mij eens verzaden
Met Godes kostelijke beeld.
Tot eeuwig erven uit genade
Heeft God mij door zijn Geest geteeld
14 Mijn zonden mij van Jezus scheiden
Mijn blijdschap en mijn hartelust
Ach! konde ik gelovig Hem verbeiden
En wachten op een eeuw'ge rust,
15. Ik zal na droevig ommezwerven
En treurig leven in den tijd.
Een eeuwig zalig leven erven
En nabij God in eeuwigheid.
16. Maar wijl ik nog zoo lange dagen
Met v;eemdliugsdeel mij troosten moet
Zoo leef ik veel geklemd in klagen,
En mis gedurig 't hoogste goed.
17. Bij tijden ga ik mij verhopen
Op beter leven iu deu tijd,