Boekgegevens
Titel: De lofzangen Israels, waaronder de Heere woont: zijnde eenige geestelijke liederen
Auteur: Groenewegen, Johannes; Groenewegen, Jacob
Uitgave: Amsterdam: Van der Linden, 1879
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2963
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205513
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: liturgie
Trefwoord: Geestelijke liederen, Liederen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De lofzangen Israels, waaronder de Heere woont: zijnde eenige geestelijke liederen
Vorige scan Volgende scanScanned page
110 AANilANGSEL.
En zij hebben beleden dat zij vreem-
delingen waren.
Stem: De 10 Geboden
1. 4de Lied
Ik ben een vreemdeling op aarde,
De Hemel is mijn regte huis;
* 'k Ben hier veracht bij God in waarde
l'e Hemel is mijns Vaders huis
2. 'k Heb hier mijn zin en lust zoo zelden
'k Heb hier het regte leven niet;
Als ik mijn ziele daarom kwelden
Dan was ik- altijd in 't verdriet.
3. De hemel zal mij eens verstrekken
Om te verzadigen mijn lust.
Dus wil ik dan mijn ziel opwekken
Dat zij in hopen zich berust
4. Ik moet hier vaak het goede missen
En derven dat ik gaarne had;
Maar zoo ik mij niet en vergisse.
Dat zal verzoeten ^d Hemelstad.
5. Somtijds moet ik mijn vrienden derven
Eu leven daar mijn hart niet is;
Ach! wat belet mij regt te sterven
Aan 't gene dat geen God en is,
6. Daar ik mijn ziele mag opbeuren.
En gronden dus de hope mijn.
Dat ik als 't ligchaam eeu zal scheuren.
Zal eeuwig bij mijn vrienden zijn.
7. Met tegenspoed en vele rampen.
Droefgeestigheid en ongeloof
Moet ik hier al mijn leven kampen.
Terwijl de Heer "zich houdt as doof
8. Wel trouwens wat zou zich belovew,
Een vreemd'ling in een ander land
Mijn regte Vaderland is boven