Boekgegevens
Titel: De lofzangen Israels, waaronder de Heere woont: zijnde eenige geestelijke liederen
Auteur: Groenewegen, Johannes; Groenewegen, Jacob
Uitgave: Amsterdam: Van der Linden, 1879
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2963
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205513
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: liturgie
Trefwoord: Geestelijke liederen, Liederen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De lofzangen Israels, waaronder de Heere woont: zijnde eenige geestelijke liederen
Vorige scan Volgende scanScanned page
AANHANGSEL 109
De Heere heett mij gansch vergeten
Zoo moet ik tranen brood nu eten
13. Het ongeloof houdt God verdacht
In zijne liefde trouw en magt:
Zoo wordt Gods eer en roem ontluisterd
En 't hart hoe langs hoe meer verduisterd_
14. Och was ik van mijn eigen zin
Eu boozen wil verlost om in,
Gods souvereinen weg te rusten
Och dat ik 's Heeren roede kuste.
15. Och kon ik rusten in Gods raad
Met Gk)d te onvree o gruweldaad
God is altijd getrouw bevonden
En ik ben dwaas en vol van zonden.
16. Gij hebt mijn regterhand gevat
Om mij te leiden op het pad,
Des lerens in de regte sporen
Mijn zin en wil miju vrede stooren
11. God is bestendig en getrouw
^ 'k Had van mijn keuze geen berouw
Al valt de weg wat zuur en bange '
Ik wil den Heere toch aanhangen.
18. I>e Heere nooit zijn volk verlaat
Haar heil en hun genadestaat
Is als de hemelen bestendig
Dus rust mijn ziel in God inwendig
19. Mijn huis zal eeuwig blijven staaa
Mijn scheepje zal ook nooit vergaan.
Al waaijen dan de gure winden.
Zij zulleu nooit mijn goed verslinden
20. 't Zal alles met mij wel vergaan
Mijn heilstaat eeuwig blijven staan,
Met hemeltroost zal Hij mij laven,
Hoe harer wind hoe eer in de haven
Een Vreemdelings Gezang-.